RAS KENMERKEN 

1.1 Woord vooraf Historisch gezien is de Boerboel ontwikkeld als een algemene boerderij hond voor de pioniers die sinds de zeventiende eeuw in Zuid-Afrika gevestigd zijn. Deze honden waren vaak een eerste lijn van verdediging tegen roofdieren en waren waardevol bij het opsporen van gewond wild. Oude boeren vertelde menig verhaal van de kracht, lenigheid en de moed van de Boerboel. De gevaren en de barre omstandigheden van Zuid-Afrika maken dat alleen de sterksten overleefden. Het beschermende karakter van de Boerboel is vandaag de dag nog steeds duidelijk en is erg gewild, net als het rustige, stabiele en zelfverzekerde van het ras. Nog steeds blijft het de eerste keus ras onder de boeren in Zuid-Afrika en is erg populair om dezelfde redenen in de stedelijke gemeenschappen. De oorsprong en het doel van de Boerboel moeten begrepen worden om de unieke identiteit en kwaliteiten van het ras als een Zuid-Afrikaanse ontwikkelde mastiff te behouden. Type, voorkomen, operationele betrouwbaarheid en mentaliteit zijn even belangrijk bij de evaluatie van de Boerboel als geheel. Het is de bedoeling met de rasstandaard om duidelijke richtlijnen voor fokkers en rechters aan te geven om een unieke visie op de ideale Boerboel te bevorderen.

1.2 Rasstandaard

1.2.1 ALGEMEEN VOORKOMEN De Boerboel:

  • Is groot, met een sterke botten structuur en een goed ontwikkelde spiermassa.
  • Het profiel van het hoofd en lichaam zijn hoekig. Heeft een indrukwekkende houding gecreëerd door de combinatie van bouw, houding, het vertrouwen en krachtige bewegingen.
  • Heeft krachtige, uitbundige en onbezwaard bewegingen, ondanks zijn grootte.
  • Is symmetrisch en in perfect evenwichtig binnen de gewenste verhoudingen van het ras.
  • Heeft een uitgesproken seksuele dimorfisme, met de teef minder prominent ontwikkeld. (duidelijke uiterlijke verschillen tussen de verschillende geslachten)

1.2.2 KARAKTER EN TEMPERAMENT De Boerboel:

  • Is intelligent, leergierig en beheersbaar.
  • Heeft een sterke beschermende instinct en is loyaal aan de leden van de familie.
  • Is standvastig en kalm, met een evenwichtige en zelfverzekerde aard als ze benaderd worden.Is onverschrokken en toont moed als ze worden bedreigd.

1.2.3 HOOFD

  • Het hoofd is indrukwekkend en een onderscheidend kenmerk van de Boerboel.
  • Het is hoekig, breed, diep, tamelijk kort in verhouding tot het lichaam.
  • Het is gespierd met goed gevulde wangen.
  • De bovenkant van de schedel is vierkant, plat en gespierd.De jukbeenboog (jukbeen) is goed gespierd, maar niet te prominent.
  • De overgang tussen het schedeldak en het hoofd is duidelijk, maar niet prominent, geleidelijk aflopende en goed gevuld tussen de ogen.
  • Het moet niet steil zijn, of een nagenoeg rechte lijn tussen de neus en de achterhoofdsknobbel.
  • De snuit is breed, diep, goed verbonden, onder de ogen gevuld en versmalt iets naar de neus.
  • De bovenste lijn is recht en bijna op een parallel vlak met het schedeldak.
  • De snuit afmeting is iets meer dan een derde van de totale lengte van de kop (ong. 10 cm voor reuen en 8 cm voor teven met een ideale hoogte).
  • De neusgaten zijn groot en ver uit elkaar, met het septum (verticale lijn) van de neus loodrecht op de onderkaak.
  • De kaken zijn sterk, diep en breed en ligt taps toelopend aan de voorzijde.
  • De tanden zijn wit, sterk, correct verdeeld met complete gebit en een schaar beet (beperkte onderbeet aanvaardbaar, overbeet is onaanvaardbaar).
  • De bovenlip is los en vlezig.
  • Het val net over de onderste lip en tanden aan de voorzijde maar mag niet de onderkaak aan de zijkanten verbergen.
  • De onderlip is matig strak zonder al te veel plooien.
  • De ogen zijn middelgroot, amandel vormig, naar voren gericht en ver uit elkaar, met een intelligente uitdrukking.
  • Het is goed beschermd tegen de natuur (zonlicht) door duidelijke en zwart-gepigmenteerde oogleden, toont geen structurele zwakheden.
  • De kleur van het oog bij voorkeur donkerbruin maar alle schakeringen van bruin zijn aanvaardbaar (bij voorkeur donkerder dan de vacht).
  • De oren zijn breed en hoog en dicht tegen het hoofd geplaatst.
  • Ze zijn V-vormig met een brede basis taps toelopend naar een afgeronde punt, de punt hangt bijna gelijk aan de lijn van de mond.
  • Wanneer de hond alert is, is de bovenkant van de oren en de schedel gelijk, deze moeten een rechte lijn vormen.
  • De neutrale gezichtsuitdrukking moet intelligent, attent en vertrouwend zijn (niet ontwijkend, verlegen of dreigend).

1.2.4 DE NEK

  • De hals is krachtig, van gemiddelde lengte, sterk gespierd en met een uitgesproken kam/kuif.
  • (Bij de teef zijn de spieren minder nadrukkelijk aanwezig maar moeten wel in balans blijven met het hoofd en het lichaam).
  • Het is medium hoog ingesteld, stroomt soepel in de glooiende schoft en vormt een eenheid met het hoofd en de schouders.
  • De halskwab (huidplooi aan de keel) is merkbaar, maar verdwijnt in de richting van het borstbeen.

1.2.5 HET LICHAAM

  • Het lichaam is ongeveer 15% langer dan de hoogte en horizontaal gemeten vanuit het punt van de schouder totaan de achterzijde van de romp.
  • (De lengte van de borst, lendenen en bekken is ongeveer geproportioneerd met een verhouding van 2: 1: 1).
  • Het is hoekig, gespierd, stevig en heeft een goede diepte en breedte.De rug is breed en recht, met uitgesproken spieren die een onmerkbare boog in de bovenste lijn over de lendenen vormen
  • De borst reikt tot de punt van de elleboog, die ongeveer de helft van de totale hoogte van de schoft beslaat.
  • De overgangen tussen de borst, lendenen en romp zijn goed gevuld en vloeiend.

1.2.6 BORST

  • De borst is lang, breed en diep, met goed gewelfde ribben en sterk ontwikkelde borstspieren. Het is gevuld achter de schouderbladen.
  • Het punt van het borstbeen is op gelijk horizontaal niveau met de punt van de schouder.
  • De schouderbladen moeten goed bevestigd (niet los) zijn.

1.2.7 LENDENEN

  • Het is kort, recht en gespierd, en smaller dan de borst en romp.
  • De flanken zijn goed gevuld, slechts matig opgetrokken en de hoogte is iets kleiner dan de lengte van de lendenen.

1.2.8 DE ROMP EN BEKKEN

  • De romp is breed, sterk, gespierd en in verhouding tot de rest van de hond.
  • De hoogte mag niet meer dan de schofthoogte zijn.
  • De bovenste lijn daalt ligt naar de staart.
  • De bekken is breed en plat met een draaipunt (as) richting het krachtige bereik van de achterpoten om een steunpunt te bieden.
  • De staart is dik en hecht vrij hoog op het achterlijf. Het moet goed worden bedekt met haren en zonder knik.De staart is traditioneel gecoupeerd maar volledige staarten zijn acceptabel.
  • Het couperen vindt plaats na de 3e of 4e staartwervels.De natuurlijke staart moet ongeveer reiken aan de hakken wanneer de hond staat.

1.2.9 BENEN EN VOETEN

  • Zwakke en misvormde ledematen die de fysieke functionaliteit van de Boerboel in gevaar brengen dienen te worden gediscrimineerd 

1.2.10 VOORPOTEN

  • Heeft sterke botten, met goed gedefinieerde spieren en stevige gewrichten.
  • Moet correct gehoekt zijn uit de goed hellende schouderbladen naar de polsen (pols).
  • De voorpoten dienen een verticale lijn te vormen vanaf het punt van de schouder tot aan de tenen, de ellebogen worden dichtbij het lijf gehouden en parallel aan de borst gezien vanaf de voorzijde.
  • Gezien vanaf de zijkant moet de onderpoot verticaal zijn vanaf de elleboog tot de pols. De pols is kort, dik en sterk en hoeken iets naar voren.
  • De voorpoten wijzen recht naar voren, zijn groot, rond, sterk uitgebeend en compact.
  • De tenen zijn goed gebogen, met gebogen zwarte teennagels en beschermd door haar ertussen. De kussens zijn dik, taai en zwart.

1.2.11 ACHTERPOTEN

  • Zijn sterke uitgebeend, stevig en gespierd.
  • De gewrichten moeten gezond, sterk en goed gehoekt zijn om de krachtige voortstuwing van de achterhand te ondersteunen tijdens beweging.
  • De bovenste dijen zijn breed, diep en gespierd gezien vanaf de zijkant en de achterkant.
  • De lagere dijen zijn goed gedefinieerde spieren tot aan de hielen.
  • De middenvoet is breed, relatief kort en perfect rechtop. De voorkant is in een verticale lijn met de achterzijde van de romp.
  • De achterpoten wijzen recht vooruit, zijn iets kleiner dan de voorpoten en hebben dezelfde eigenschappen.

1.2.12 BEWEGING

  • De beweging is sterk, doelgericht, levendig en vloeiend en gemakkelijk zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde.
  • De poten en het lichaam moeten in lijn zijn gedurende verplaatsing. De voeten dichter bij de centrum lijn als de snelheid toeneemt, deze vormen een V-vorm recht van voren gezien.
  • De benen mogen nooit kruisen tijdens het bewegen.
  • Op alle gangen (lopen, draf, rennen) is de bovenste lijn (kop, nek en rug) stevig en sterk, zonder zwaaien, of verzakking in het midden, en zonder rollen van overtollig lichaamsvet.
  • Zwakke, ondeugdelijke of ploeterende beweging moet niet worden getolereerd.

1.2.13 VEL

  • De huid is dik en los, maar past soepel.
  • Een kleine halskwab (huidplooi aan de keel) is toegestaan en matige rimpels op het voorhoofd wanneer de hond interesse toont.

1.2.14 PIGMENTATIE

  • De Boerboel is goed gepigmenteerd, vooral op de lippen, het gehemelte, de huid en het haar rond de ogen, neus, voetzolen, teennagels, de anus en de huid en het haar rond de geslachtsdelen.
  • Alleen honden met zwarte (eumelanine) pigmentatie zijn aanvaardbaar.

1.2.15 VACHT EN KLEUR

  • De vacht is kort, dicht, glad en glanzend.
  • De erkende kleuren / kleurpatronen zijn (met of zonder masker):
  • Alle tinten rood, bruin en geel.
  • Brindle: Brindle is een kleur patroon met onregelmatige verticale lijnen van enige zwarte haren op rood, bruin of geel basis.

1.2.16 AFMETINGEN

  • Wordt bepaald door het ideale schofthoogte en gewenste verhouding tussen de hoogte en de afmetingen van de verschillende delen van de externe anatomie.
  • De ideale hoogte voor een reu is 66cm 
  • De ideale hoogte van een teef is 61cm 

1.2.17 GENITALIËN

  • De reuen moeten twee normale testikels hebben die volledig zijn ingedaald in het scrotum.